Heb je ergens last van, dan ga je naar de dokter op de polikliniek. Op deze afdeling staan geen bedden en kun je dus niet blijven slapen.
Eerst naar de huisarts
Je gaat niet meteen naar de dokter in het ziekenhuis. Meestal ga je eerst naar je huisarts. Hij of zij gaat je onderzoeken en geeft misschien advies of medicijnen. Natuurlijk weet je huisarts ook niet alles. Dan kan hij of zij hulp vragen van een dokter die meer weet over (van) een bepaalde ziekte. Deze dokters werken meestal in het ziekenhuis.
In het ziekenhuis
In het ziekenhuis vertelt iemand bij de balie waar je naar toe moet. Als je op de afdeling bent, moet je meestal even wachten in de wachtkamer. Daar is vaak wel iets te lezen of te spelen.
Als je aan de beurt bent neemt de dokter je mee naar de spreekkamer. Hier vraagt hij of zij aan jou en je ouders wat er aan de hand is. De dokter gaat je onderzoeken om er achter te komen wat er met je aan de hand is.
Soms wil de dokter nog wat meer van je weten. Dan moet er misschien bloed geprikt worden of gaat iemand een röntgenfoto maken. Als de dokter alle gegevens heeft, bespreekt hij met jou en je ouders wat voor ziekte je hebt en wat er aan moet gaan gebeuren.
Misschien helpen medicijnen, maar het kan ook zijn dat je geopereerd moet worden.
Een operatie
Een kleine ingreep wordt meestal op één dag gedaan. Dat betekent dat je na de operatie eventjes blijft, maar in de loop van de dag weer naar huis mag. ’s Avonds slaap je dan gewoon weer thuis.
Bij een grotere operatie is het soms nodig dat je één of meer nachtjes op de kinderafdeling blijft slapen. Je vader of moeder mag dan wel bij je blijven slapen en krijgt een bed bij jou op de kamer.