Door de foto's te bekijken weet je wat er staat te gebeuren als je voor een operatie naar locatie Lucas komt. Neem maar snel een kijkje!
Op de afgesproken dag kom je samen met je vader, moeder of verzorger en je lievelingsknuffel naar de kinderafdeling.
Je meldt je bij de balie. Eén van de verpleegkundigen brengt jullie dan naar de kamer.
Op de kamer staat je bed al klaar. Je kunt de spullen die je meegenomen hebt alvast uitpakken en een plekje geven in de kast.
Je krijgt een naambandje om je pols. Zo weten ze hoe je heet als je slaapt in de operatiekamer. Je mag ook je pyama aan doen.
Soms is het nodig dat je ongeveer een uur voordat je naar de operatiekamer gaat, medicijnen krijgt. Dit is de voorbereiding op de narcose. Van de medicijnen kun je een droge mond krijgen, maar je kunt er ook warm en slaperig van worden.
Als je de medicijnen hebt gehad, mag je niet meer uit bed. Het is verstandig om, voordat je de medicijnen krijgt, nog even naar de wc te gaan.
Nu moet je wachten tot je aan de beurt bent. De verpleegkundige van de operatieafdeling belt naar de kinderafdeling wanneer je naar de operatiekamer gebracht kan worden.
De verpleegkundige brengt je samen met je vader, moeder of verzorger, met bed en al, naar de operatiekamer. Heb je een knuffel meegenomen, dan mag die ook mee.
De operatiekamer is op de tweede verdieping, dus ga je met de lift een verdieping omhoog.
De verpleegkundige neemt de map met jouw medische gegevens mee naar de operatieafdeling.
Deze afdeling ziet er anders uit dan de kinderafdeling. De kleur is groen en het ruikt er ook anders.
Achter de groene deuren is een soort wachtruimte. Hier moeten de verpleegkundige en je vader, moeder of verzorger andere kleren aandoen. Anders mogen ze niet met je mee naar de operatiekamer.
De verpleegkundige en je vader, moeder of verzorger krijgen een groene overall aan. Ze zien er nu heel anders uit dan je van ze gewend bent.
Ze krijgen ook een muts op. Jij krijgt ook zo'n muts op voordat je naar de operatiekamer gaat.
Als iedereen omgekleed is, belt de verpleegkundige aan bij de operatieafdeling. Eén van de verpleegkundigen van de operatiekamer komt jullie dan ophalen. Iedereen die in de operatiekamer werkt, heeft blauwe of groene kleding aan en een muts op.
Soms gebeurt het wel eens, dat je even moet wachten voordat je naar de operatiekamer gebracht wordt. Op de foto zie je hoe dat wachtkamertje er uit ziet.
In de operatiekamer ziet alles er heel anders uit dan in een gewone kamer. Je ziet heel veel apparatuur die de dokter nodig heeft om jou te opereren. Een aantal dingen leggen we later nog uit.
In de operatiekamer moet je overschuiven van je bed op de operatiekamer. Als je dat zelf niet kunt, helpen ze je daarbij.
Omdat het in de operatiekamer vrij fris is, ligt er op het bed een warmtematras en krijg je een warme deken over. Je krijgt ook banden om je benen en je buik heen, zodat je niet van de operatietafel af kunt vallen.
Soms gebeurt dit als je nog wakker bent en soms doen ze dit als je al slaapt.
Boven de operatietafel hangen twee grote lampen. Ze zien er zo uit. De dokter kan dan goed zien wat hij doet.
Nu gaan de verpleegkundigen van de operatiekamer je voorbereiden op de operatie. Eerst krijg je drie plakkers op je borst. Hiermee kan de dokter je hartslag en ademhaling in de gaten houden.
De plakkers worden op je borst geplakt. Dat doet geen pijn. Na de operatie mag je de plakkers houden. Je vader, moeder of verzorger is nog steeds bij je.
Op de plakkers worden snoertjes gezet, net als wasknijpertjes. Hier voel je niets van.
Op je vinger krijg je een soort knijper. Deze knijper doet geen pijn. Hij is zacht van binnen en er brandt een lampje in. Met deze knijper houdt de dokter het zuurstofgehalte in je bloed in de gaten.
De snoertjes van de plakkers en knijper gaan naar een computer. Hierop kan de dokter je hartslag en ademhaling goed zien. Als je goed luistert, kun je zelf ook je hart horen kloppen.
Om je in slaap te laten vallen voor de operatie, gebruikt de dokter een slaapmiddel. Dit slaapmiddel heet narcose en krijg je door middel van een prikje op een kapje, wat voor je neus en mond gehouden wordt. Van de anesthesioloog (slaapdokter) hoor je op welke manier jij in slaap gemaakt wordt.
Als je een prikje krijgt, kun je van de verpleegkundige van de kinderafdeling een pleister met 'toverzalf'op je hand of arm krijgen. De zalf verdooft de huid, zodat de prik minder pijn doet.
Dit meisje krijgt een prikje (infuusnaaldje) om te gaan slapen. Je kunt zien dat haar arm op een soort plankje ligt. Krijg jij het kapje om te gaan slapen, dan krijg je de prik pas als je slaapt. Je merkt er dan dus niets van.
Om te kijken of de infuusnaald goed zit, spuit de dokters eerst een beetje vloeistof in.
Om te gaan slapen gebruikt de dokter een spuit met witte vloeistof. Deze spuit gaat in het dopje van de infuusnaald. Je krijgt dus geen tweede prik. Nu ga je gauw slapen. Je vader, moeder of verzorger en je knuffel zijn nog steeds bij je.
De dokter geeft je met het kapje wat extra zuurstof, zodat je gemakkelijker in slaap valt.
Als je slaapt brengt de verpleegkundige je vader, moeder of verzorger weer terug naar de kinderafdeling of naar de grote hal bij de operatieafdeling. Ze kunnen daar wachten tot je weer wakker bent.
De dokter gaat je nu opereren.
Als de dokter klaar is met opereren, wordt je in je bed weer wakker in de uitslaapkamer. Hier kunnen wel meer grote mensen of kinderen liggen, die ook net geopereerd zijn en weer wakker worden.
De verpleegkundige van de uitslaapkamer zorgt heel goed voor je. Als je vader, moeder of verzorger bij de operatieafdeling op je wacht, haalt zij hem of haar gelijk op. Anders belt ze met de kinderafdeling wanneer je weer opgehaald mag worden. Samen met je vader, moeder of verzorger komt de verpleegkundige je dan weer ophalen.
Je gaat dan weer met de lift terug naar de kinderafdeling op de eerste verdieping.
Terug op je kamer moet je eerst rustig verder wakker worden. Meestal voel je je dan niet zo lekker. Je kunt wat misselijk zijn en je keel, neus en oren kunnen pijn doen. Je kunt ook een droge mond hebben, maar je moet nog even wachten met drinken. Als je veel pijn hebt, mag je iets voor de pijn hebben. Meestal is dat een zetpil.
De verpleegkundige komt af en toe bij je kijken. Soms om je temperatuur te controleren of zomaar even om te kijken hoe het met je gaat.
Als je je weer een beetje beter voelt, krijg je limonade met ijsblokjes er in van de verpleegkundige. Dat is lekker voor je keel.
Afhankelijk van de operatie, mag je soms dezelfde dag of de volgende dag weer naar huis.